Wel of geen BTW-afdracht door vereniging of stichting?

Wanneer wordt uw vereniging of stichting als ondernemer voor de omzetbelasting (BTW) aangemerkt? En wat voor vrijstellingen gelden er in dat geval? Vragen waar veel verenigingen en stichtingen zich het hoofd over breken. Wij zetten het voor u op een rij.


Voor de BTW is iedereen die zelfstandig – niet in loondienst – een bedrijf of beroep uitoefent ondernemer. Dat geldt ook voor mensen die duurzaam bijvoorbeeld een clubgebouw (een “pand”) of een sportaccommodatie (“grond”) exploiteren. Vooral verenigingen worden vaak als ondernemer aangemerkt, voor stichtingen geldt dat in mindere mate. De Belastingsdienst bekijkt uw situatie en bepaalt aan de hand daarvan of u wel of niet BTW-plichtig bent. Voor vaststelling van ondernemerschap voor de BTW hanteert de Belastingdienst andere voorwaarden dan voor ondernemerschap voor de inkomstenbelasting.

Als de Belastingsdienst vindt dat er bij uw vereniging of stichting sprake is van ondernemerschap, dan moet u BTW afdragen over de diensten die u verricht en over de goederen die u verkoopt. U mag dan ook BTW aftrekken van de diensten en goederen die u inkoopt.

In sommige gevallen stelt de Belastingsdienst dat u alleen voor bepaalde goederen of diensten BTW-plichtig bent. Dat kan bijvoorbeeld zijn voor evenementen die u organiseert, voor uitgaven van uw vereniging of stichting (handboeken, tijdschriften). Dan gelden de hiervoor genoemde regels alleen voor deze specifieke zaken.

Vrijstellingen

Er zijn ook vrijstellingen. U hoeft dan over die “prestaties” geen BTW te betalen.

Dat geldt bijvoorbeeld voor sportverenigingen, die zijn helemaal vrijgesteld. De vereniging mag dan echter ook geen winst beogen. Maakt u wel winst dan hoeft dat geen probleem te zijn. Zolang u de winst maar gebruikt voor activiteiten van de vereniging (beoefenen en bevordering van sport). Als u nevenactiviteiten ontwikkelt om extra financiële steun te krijgen, dan gelden bepaalde grenzen. Voor het leveren van goederen, zoals club- en promotiemateriaal, is de grens € 68.067. Voor diensten als entree- en sponsorgelden en reclameborden is de grens € 31.765. Komt u boven die grenzen, dan krijgt u een naheffing over het hele bedrag.

De vrijstelling geldt ook voor sociale en culturele instellingen. Die organisaties mogen in dat geval ook geen winst maken, maar de vrijstelling mag ook niet leiden tot verstoring van concurrentieverhoudingen. Juist die laatste eis leidt vaak tot problemen. Voor nevenactiviteiten geldt hetzelfde als bij sportverenigingen, met dien verstande dat de grens voor diensten is beperkt tot € 22.689, in plaats van € 31.765. Ook kinderopvang valt onder de vrijstelling van sociaal-culturele prestaties, maar daarbij mag dan weer wel winst worden beoogd.

Andere vrijstellingen zijn:

  • Inkomsten uit toto- en lottoactiviteiten en de opbrengst van de Grote Clubactie.
  • Het verzorgen en verplegen van in een inrichting opgenomen personen en het verstrekken van spijzen en dranken, genees- en verbandmiddelen aan die personen. Deze vrijstelling geldt alleen als geen winst wordt beoogd.
  • Diensten van door de overheid erkende organisatie voor algemeen jeugdwerk.
  • Diensten door werkgevers- en werknemersorganisaties, politieke en dergelijke organisaties aan de leden tegen een contributie en er geen winst wordt beoogd.
  • Het wettelijk geregeld en het aangewezen onderwijs.

Meer weten? Bel ons of klik op de link onder het kopje “Meer informatie” en wij nemen zo spoedig mogelijk contact met u op.