Vordering BV tegen eigen aandeelhoudersvergadering niet mogelijk

Verschillen van inzicht tussen bestuurders van een onderneming zijn van alledag. Meestal komen zij er op basis van goed overleg en duidelijke afspraken in statuten wel goed uit. Soms ook leidt het tot handelingen waarvan de geldigheid vraagtekens kan oproepen. Bijvoorbeeld in een situatie waarin een van de twee bestuurders – elk een aandeelhouder vertegenwoordigend – zich terugtrekt en zich bij de Kamer van Koophandel laat uitschrijven en de statuten van de BV voorziet in een bestuursstructuur met twee bestuurders.


Een concreet voorbeeld kwam voor de rechter, waarin de statuten van de BV bepalen dat het aantal directeuren wordt vastgesteld door de vergadering van prioriteitsaandeelhouders. In dit geval was dat aantal vastgesteld op twee. Ook blijkt uit de statuten dat de algemene vergadering bestuurders benoemt uit een voordracht van tenminste twee personen. Die voordracht moet worden opgemaakt door de prioriteitsaandeelhouders. Als zij dat niet binnen drie maanden na het ontstaan van de vacature hebben gedaan, mag de algemene vergadering naar bevind van zaken handelen.

Wat nu als de directie van de aandeelhouder waarvan de betreffende bestuurder is afgetreden binnen drie maanden na het terugtreden van de bestuurder aan de BV verzoekt een algemene vergadering van aandeelhouders bijeen te roepen om een tweede bestuurder te benoemen? In het geschetste voorbeeld is de BV niet op dat verzoek ingegaan, maar heeft wel een aandeelhoudersvergadering bijeen geroepen waarbij de aandeelhouder waarvan de bestuurder zich had teruggetrokken niet aanwezig was, en in die vergadering een nieuwe bestuurder benoemd.

De benadeelde aandeelhouder ziet zich voor een juridisch probleem geplaatst. Een rechtspersoon kan namelijk niet zelf een vordering tot nietigverklaring van haar eigen besluit instellen tegen haar aandeelhouders, of zoals in dit geval één van haar aandeelhouders, een procedure tot nietigverklaring van haar eigen besluit kan instellen. Formeel gezien kunnen zij dat alleen doen tegen degene die door de voorzieningenrechter van de rechtbank is aangewezen op basis van een verzoek van de rechtspersoon. De benadeelde partij moet dus eerst aan de voorzieningenrechter vragen om een persoon aan te wijzen om haar belangen te behartigen.

Wilt u meer weten over een optimale BV-opzet en passende statuten ter voorkoming van grote problemen? Bel ons voor het maken van een afspraak.