Nakoming derdenbeding kan leiden tot waardedruk woning

Samenlevings- en relatievormen zijn de afgelopen decennia sterk ontwikkeld. Zo komt het ook vaak voor dat bijvoorbeeld een weduwnaar gaat samenwonen met een nieuwe partner. Zonder nadere regeling gaat de nalatenschap na overlijden van de weduwnaar over op diens kinderen. In veel gevallen is wel de afspraak met de kinderen gemaakt dat de partner tot aan zijn of haar overlijden in het huis – eigendom van de weduwnaar – mag blijven wonen. Wat betekent dat voor de waardering van de woning voor de erfbelasting?


De erfgenamen zullen in de aangifte erfbelasting een waardedruk van het huis willen toepassen in verband met de bewoning door de vriendin. De inspecteur zal zich bij ontbreken van notarieel vastgelegde afspraken – in samenlevingsovereenkomst of testament – willen baseren op de vrije waarde in het economische verkeer.

De Successiewet geeft een algemeen waarderingsvoorschrift aan, waarin is bepaald dat “het verkregene” wordt beoordeeld naar de waarde in het economische verkeer op het tijdstip van de verkrijging. De Hoge Raad heeft in 2007 vastgesteld dat als er op het tijdstip van overlijden geen sprake is van een gebruiksrecht – zoals vruchtgebruik, recht van gebruik en/of bewoning of een huurrecht – de waarde bij oplevering in ontruimde staat moet worden aangehouden, zijnde de volle waarde in het economisch verkeer.

Echter, indien kan worden aangetoond dat er sprake is van een last, die door de erflater aan de erfgenaam is opgelegd, kan ook de stelling worden betrokken dat de waarde in mindering moet komen op de verkrijging. Het gaat daarbij om de geloofwaardigheid van de verklaring dat de erflater met de erfgenamen (de kinderen) de afspraak heeft gemaakt dat de vriendin na het overlijden van erflater om niet in de woning mocht blijven wonen en dat de vriendin deze - als derdenbeding te kwalificeren - afspraak voor het overlijden van erflater heeft aanvaard.

Met een dergelijke verklaring kunnen de erfgenamen voldoen aan de op hen rustende last de stelling aannemelijk te maken. Immers, de wet merkt een aan een verkrijging verbonden last mede aan de last die voortvloeit uit de nakoming van een door de erflater ten behoeve van een derde gemaakt beding dat door de derde voor het overlijden is aanvaard. Wat resteert is het bepalen van de waardedrukkende factor van het derdenbeding waarmee de inspecteur de aanslag moet verminderen.

Wilt u meer weten over derdenbedingen bij nalatenschappen? Bel ons of klik op de link onder dit artikel en wij nemen zo spoedig mogelijk contact met u op.