Kennelijke wil erflater bepalend voor uitleg testament

Bij de uitleg van een testament moet mede worden gelet op de verhoudingen die de erflater kennelijk heeft willen regelen. Ook de omstandigheden waaronder het testament is gemaakt speelt daarin een rol. Hoe zit dat wanneer de erflater eerst samenwoonde en vervolgens – nadat het testament is opgemaakt – een geregistreerd partnerschap of huwelijk met dezelfde partner is aangegaan?


Veel samenwoners stellen aan het begin van of gedurende de samenwoning een testament op. Daarin wordt bijvoorbeeld een vruchtgebruik legaat van de nalatenschap opgenomen voor het geval een van beiden overlijdt met achterlating van één of meer kinderen. Het komt voor dat het testament geen enkele regeling bevat over de vraag wie in een dergelijke situatie erfgenaam is. De partner is dan – omdat het testament is opgemaakt ten tijde van samenwoning – niet automatisch erfgenaam.

Na overlijden van een van de partners (inmiddels met elkaar gehuwd of een geregistreerd partnerschap aangegaan) – met achterlating van kinderen – is dan de vraag actueel of de langstlevende partner ook recht heeft op een erfdeel. Het tijdstip van overlijden is beslissend voor de vraag wie erfgenaam is.

Als de overleden partner geen rekening heeft gehouden of kunnen houden met een toekomstig huwelijk of geregistreerd partnerschap, geldt dat de erflater dat kennelijk niet heeft willen regelen. Dan gaat de rechter uit van de formulering in het testament.

Als de erflater de langstlevende in het testament niet heeft uitgesloten als erfgenaam, heeft de langstlevende partner ook recht op een erfdeel. Immers, dan geldt de wettelijke regeling, waarin is opgenomen dat erfgenamen zijn: de “niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot van de erflater tezamen met diens kinderen”. De wet heeft geregistreerde partners gelijk gesteld met echtgenoten.

Wilt u meer weten over de werking van bepalingen in uw testament? Bel ons of klik op de link onder het kopje “Meer informatie” en wij nemen zo spoedig mogelijk contact met u op.