Geen huurbescherming bij huur van korte duur

Sommige huizenverkopers kampen er al jaren mee. Zij hebben destijds een nieuw huis gekocht terwijl het “oude” huis nog niet is verkocht. Met als gevolg dubbele woonlasten. Een goede manier om dat nog enigszins op te vangen is het tijdelijk verhuren van de te koop staande woning. Huurcontracten met een looptijd van één jaar zijn dan heel gebruikelijk. Wat nu als de huurder tegen het einde van het huurcontract weigert de woning te verlaten en zich beroept op huurbescherming?


Gelukkig worden er nog steeds huizen verkocht. Dat geldt uiteindelijk ook voor lang te koop staande woningen die tijdelijk zijn verhuurd. Voor de rechtbank Oost-Brabant diende onlangs een zaak waarin de woning binnen dat huurjaar werd verkocht met als leveringsdatum de dag volgende op de datum waarop het huurcontract zou eindigen. De huurder werd verzocht de woning uiterlijk op de laatste dag van de huurtermijn te ontruimen. De huurder beriep zich op huurbescherming.

De vraag is of er in juridische zin sprake is van huur van woonruimte ”die naar zijn aard slechts van korte duur is”, in welk geval de huurder zich niet kan beroepen op huurbescherming. Het antwoord op die vraag hangt van meer factoren af, zoals de aard van het gehuurde, de aard van het gebruik van het gehuurde in combinatie met de bedoelingen van huurder en verhuurder bij het aangaan van de huur en de duur van het gebruik door de huurder.

Als er sprake is van een huurovereenkomst van korte duur, betekent dat in principe dat de huurder geen huurbescherming geniet. Een huurovereenkomst wordt niet snel aangemerkt als een huurovereenkomst van korte duur, juist omdat de huurder dan huurbescherming ontbeert. De rechter oordeelde echter dat in deze situatie sprake was van een huurovereenkomst van korte duur en dat huurder zich niet kon beroepen op huurbescherming.

De huurder die tijdelijk een te koop staande woning huurt weet bij het aangaan van die huurovereenkomst dat de woning slechts tijdelijk beschikbaar is en dat de woning gedurende de huurperiode te koop blijft staan. De verhuurder zal in deze situatie doorgaans niet instemmen met een eventuele wens van de huurder om de woning voor langere tijd te huren. Eventuele verlenging bij het einde van de afgesproken huurtermijn met bijvoorbeeld een nieuwe periode van drie maanden, omdat de woning nog niet verkocht is, maakt een huurovereenkomst die naar zijn aard van korte duur is, niet tot een reguliere huurovereenkomst.

Wilt u meer weten over het tijdelijk verhuren van uw te koop staande woning? Neem contact met ons op en wij helpen u bij het inzichtelijk maken van de keuzes die u ter beschikking staan.