Eenvoudiger belastingsregels voor schenkingen onder voorwaarden

De regels voor schenkingen onder voorwaarde zijn dit jaar aanzienlijk eenvoudiger geworden. Een schenking onder opschortende voorwaarde – bijvoorbeeld overlijden – wordt voortaan pas belast op het moment dat de voorwaarde in vervulling gaat. Een schenking onder ontbindende voorwaarde wordt belast als de schenkingsovereenkomst tot stand komt. Nieuw daarin is dat de betaalde belasting na vervulling van de ontbindende voorwaarde niet langer volledig wordt terugbetaald. Hoe zit dat precies?


Schenkingen onder voorwaarden worden in de praktijk vaak toegepast. Soms gaat het om schenkingen die pas worden uitgekeerd als bijvoorbeeld de schenker overlijdt (opschortende voorwaarde) en soms wordt de schenking teruggevorderd als na een vastgestelde periode aan een bepaalde voorwaarde niet is voldaan (ontbindende voorwaarde).

Schenking onder opschortende voorwaarde

Tot en met 2009 werd over schenkingen onder opschortende voorwaarde – bijvoorbeeld zodra de schenker is overleden of zodra uw kind een huis heeft gekocht – belasting geheven op het moment dat de schenkingsovereenkomst tot stand kwam. De begiftigde had nog niets ontvangen, maar er moest wel belasting worden betaald. In die situatie is een belangrijke verandering opgetreden. In de nieuwe Successiewet wordt de schenking onder opschortende voorwaarde geacht tot stand te komen op het moment dat de opschortende voorwaarde in vervulling gaat. Er wordt dus pas belasting geheven op het moment dat de schenking daadwerkelijk tot uitkering komt.

Schenking onder ontbindende voorwaarde

Een schenking onder ontbindende voorwaarde – bijvoorbeeld onder de voorwaarde dat het geschonken bedrag binnen een bepaalde periode is besteed aan een opleiding of de aankoop van een huis – wordt belast als de schenkingsovereenkomst tot stand komt. Nieuw is dat de betaalde belasting na vervulling van de ontbindende voorwaarde – waardoor de schenking alsnog niet tot stand komt – niet langer volledig kan worden teruggevorderd.

Onder de oude regeling was misbruik betrekkelijk eenvoudig. De genoten voordelen – bijvoorbeeld van tussentijdse waardevermeerdering – werden niet belast en dus niet van de teruggevorderde belasting afgetrokken. De nieuwe regeling zorgt er voor dat rekening wordt gehouden met de voordelen die de begunstigde gedurende de periode dat hij of zij over het geld of het object kon beschikken heeft genoten. Die voordelen worden nu belast en van de terugvordering afgetrokken.

Meer weten? Bel ons of klik op de link onder het kopje “Meer informatie” en wij nemen zo spoedig mogelijk contact met u op.