Bedoeling maker van testament bepalend bij uitvoering

Het komt nogal eens voor, de bepaling in een testament dat iemand erfgenaam is onder de bepaling dat wat van de erfenis bij het overlijden van die erfgenaam “onverteerd en onvervreemd” is overgebleven zal toekomen aan diens kinderen. Soms wordt daar nog een bepaling aan toegevoegd die inhoudt dat wordt voorkomen dat het geërfde vermogen kan wegvloeien omdat de erfgenaam hiermee mogelijk verkregen overheidsuitkeringen zou moeten terugbetalen. Wat nu als de erfgenaam ten tijde van het opstellen van het testament al een uitkering ontving en deze ten tijde van het overlijden nog steeds ontvangt?


De vraag is of de erfgenaam door de uitkering nog recht heeft op de erfenis. Uit jurisprudentie blijkt dat de tekst van het testament in deze situatie strikt kan worden gevolgd. De erfgenaam krijgt immers ten tijde van het opstellen van het testament al een uitkering die bij het overlijden van de erflater nog voortduurt, en heeft nadien geen overheidsbijdrage aangevraagd.

Zou de rechter wel van deze strikte interpretatie afwijken, dan zou dat betekenen dat al tijdens het opstellen van het testament was te voorzien dat de erfgenaam vanwege zijn uitkering feitelijk onterfd zou worden. Het wordt de rechter een stuk makkelijker gemaakt als de bedoeling van de erflater ook uit (overige) stukken blijkt.

Wilt u meer weten over regelingen in een testament die voor u op maat gemaakt kunnen worden? Bel ons of klik op de link “Meer informatie” op onze homepage en wij nemen zo spoedig mogelijk contact met u op.