Afrekenbeding leidt niet tot schenkbelasting

Het komt nogal eens voor dat (een van de) ouders een onroerend goed (pand, grond) aan een kind verkopen en daarop een derdenbeding vestigen. In het derdenbeding wordt dan bepaald dat bij doorverkoop door dat kind binnen een bepaalde periode de meeropbrengst gelijkelijk moet worden verdeeld onder alle kinderen en (een van) de ouders. De vraag is of over de mogelijke waarde van het derdenbeding schenkbelasting moet worden betaald.


Uit recente jurisprudentie blijkt dat van een schenking, al dan niet in de vorm van een derdenbeding slechts sprake kan zijn indien de schenker door de schenking verarmt. Als de verkoop tegen de waarde van het goed in het economisch verkeer is gebeurd, dan vindt de rechter dat er geen verarming optreedt. Het derdenbeding vertegenwoordigt weliswaar waarde, maar die verrijking komt niet ten laste van de ouder(s). Immers, de prijs van het goed vertegenwoordigde de waarde ervan in het economisch verkeer.

De Successiewet verstaat onder schenking elke handeling die er voor zorgt dat degene, die de handeling verricht, ten koste van het eigen vermogen een ander verrijkt. Als de handeling alleen uit het overeenkomen van een derdenbeding bestaat, is dat niet aan de orde. De vraag of de ouder(s) zich in een dergelijke situatie de meerwaarde van het goed hebben voorbehouden is niet relevant. Dat uitgangspunt zou in strijd zijn met de tussen de ouder(s) en het kind gesloten overeenkomst.

De rechthebbenden profiteren alleen van de positieve waardeontwikkeling en lopen geen risico op het compenseren van een lagere waarde. Zij worden verrijkt, maar die verrijking komt niet door de ouder(s) maar door de marktontwikkeling. Kortom, het afrekenbeding bewijst in deze constructie zijn waarde!

Wilt u weten over de mogelijkheden die een afrekenbeding u biedt? Bel ons of klik op de link onder het kopje “Meer informatie” en wij nemen zo spoedig mogelijk contact met u op.